Muziekjournalistiek: een historisch overzicht.

Een groot muzikant liet ooit de volgende gevleugelde uitspraak optekenen: ‘Writing about music is like dancing about architecture’. Zonder al te ver mee te gaan in de logica van deze woorden, kunnen we stellen dat ze een aantal pijnpunten van muziekjournalistiek blootleggen. Een eerste pijnpunt is de journalistieke waarde en relevantie van muziekjournalistieke epistels: deze wijkt namelijk radicaal af van de heersende journalistieke standaard. Een tweede punt van kritiek verscholen in deze uitspraak (van Elvis Costello, who else?) slaat op het diepgewortelde wantrouwen van muzikanten jegens muziekjournalisten. Zoals een lid van de Schotse groep Mogwai meent: ‘Musicians don’t need the press, but the press needs music’. Vrij onterecht maar ook vrij illustratief voor het diepe water tussen muzikanten en journalisten.

Deze thema’s werken we in volgende blogposts verder uit; voor een goed begrip van ons onderwerp gaan we eerst dieper in op de ontstaansgeschiedenis en de historische evoluties van muziekjournalistiek tot op heden. 

Wanneer ontstond (moderne) muziekjournalistiek precies? Ondanks de academische impopulariteit van dit thema (Jones, 2002), vinden we toch auteurs die deze vraag proberen beantwoorden. Devon Powers situeert het ontstaan ervan rond het midden van de jaren ’60. Hij geeft een beschrijving van de eerste muziekjournalisten, meestal hoogopgeleide mensen met een grote voorliefde voor de opkomende rockmuziek. Het oorspronkelijk doel van die eerste rockjournalisten was die rockmuziek, door de goegemeente nog niet als cultureel volwassen beschouwd, te legitimiseren (Powers, 2009). Iets waarin ze, naar onze bescheiden mening, vrij goed in geslaagd zijn. Die eerste generatie muziekjournalisten (waaronder illustere namen als Lester Bangs, Cameron Crowe, Tony Parsons of Paul Morley) had een enorme impact op latere muziekjournalisten: ze zetten stilistische lijnen uit die nog lang na hen werden gevolgd (Harris, 2009).

Het journalistieke genre groeide tijdens de jaren ’70 en ’80 explosief. Daar zijn diverse redenen voor, maar wij gaan enkel in op de twee belangrijkste oorzaken. Zo was er de (economische) groei van een volwaardige  jeugdcultuur, waardoor de muziekindustrie uit haar voegen barstte. Die muziekindustrie investeerde op haar beurt via advertenties steeds grotere bedragen in muziekbladen. De tweede reden sluit ook aan bij een geëmancipeerde jeugdcultuur: krantenbazen zagen, ondanks een aangeboren afkeer van het muziekjournalistieke genre, in dat ze via extra muziekkaternen de jongerenmarkt konden aanboren (Mc Leese, 2010). Muziekjournalistiek groeide dus via twee kanalen: via de bestaande kranten, maar ook door de jonge maar populaire muziekbladen.

Na de pieken, het dal. Dit geldt voor alles, dus ook voor het genre van de muziekjournalistiek, dat in de jaren ’90 een enorme crisis doormaakte. Opnieuw geven de diverse auteurs hiervoor twee grote oorzaken: een verhoogde competitie op een verzadigde muziekbladenmarkt, en de opkomst van het internet.

De groeiende competitie op de markt van muziekmagazines veroorzaakte grootschalige kostenbesparingen. In de praktijk werd er vooral bespaard op reporters met vaste contracten. Een tendens die eigenlijk gold en geld voor de hele mediamarkt: freelance journalisten werden de maatstaf (Forde, 2001). Daarnaast had de immense competitie nog een ander vervelend gevolg voor muziekjournalisten. Muziekbladen trachtten zo niche-gericht mogelijk te publiceren, om zo maximaal van  een bepaald marktsegment te profiteren. Onnodig te vermelden dat dit de journalisten engszins beknot in hun creativiteit.

Een andere reden voor de crisis was de opkomst van internet rond de eeuwwisseling. Sinds de opkomst van het digitale massamedium versluisden vele muziekbladen hun inhoud naar hun website. De advertentie-inkomsten (hoofdzakelijk afkomstig van de eens zo florissante muziekindustrie) voldeden immers niet langer om de kosten van een papieren versie te drukken. Economische logica op het eerste zicht, maar Don Mc Cleese plaatst hier vraagtekens bij. Een verhuis van originele content naar het internet is namelijk allesbehalve lucratief, aangezien er nog steeds geen degelijke business models voor muziekjournalistieke websites bestaan (Mc Leese, 2010).

Ook het artikel ‘Is Music Journalism dead?’ laat zich kritisch uit over de negatieve invloed die internet uitoefent op muziekjournalistiek. De auteur maakt zich sterk dat een groeiende democratisering ook een devaluering van het genre met zich meebrengt. Sinds iedereen zich kan voordoen als muziekcriticus, wordt de (gezaghebbende) mening van de muziekjournalist ondermijnd. Niet alleen muziekcritici lijden hieronder, ook muzikanten worden er het slachtoffer van, volgens de auteur. Goede critici hebben immers de gave om goede atiesten vanuit de underground te katapulteren naar de mainstream, iets wat voor beginnende bands niet meer zo vanzelfsprekend is dezer dagen (Adams, 2010).

Naast deze vrij pessimistische stemmen zijn er ook meer genuanceerde opinies in het debat te bespeuren. Sommige auteurs zijn bijzonder optimistisch over de opportuniteiten die internet met zich meebrengt, al valt het niet te ontkennen dat dezen gepaard gaan met een forse daling in het aantal muziekbladen. Ook Steve Jones is positief: de komst van nieuwe media heeft de belangstelling voor muziekjournalistiek enkel doen toenemen (Jones, 2002). Naar onze mening is de huidige toestand een paradox van jewelste: muziekjournalistiek was nog nooit zo populair, maar bevindt zich toch in de hoek waar de klappen vallen.

 

BIBLIOGRAFIE

‘The Intro’ door Jones S. (2002), pg. 1-19 uit ‘Pop Music and the Press’ (ed. S. Jones), Temple University Press, Philadelphia

‘Re-viewing Rock Writing: narratives of popular music criticism’ door Jones S. en Featherly K. (2002), pg. 19-41 uit ‘Pop Music and the Press’ (ed. S. Jones), Temple University Press, Philadelphia

‘Bye Bye Rock’ door Powers D. (2009), pg. 322-336 uit Journalism Studies, vol. 10, nr. 3

‘Is Music Journalism dead?’ door Adams S., op www.drownedinsound.com/lists/ismusicjournalismdead

‘Don’t look back’ door Harris J.,  verschenen in The Guardian, 27/06/2009

‘Straddling the Cultural Schasm: The great divide between Music Criticism and Popular Consumption’ door Mc Leese D. (2010), pg. 433-447 uit Popular Music and Society, vol.33, nr. 4

‘Anniversary of an enthusiasm’ door White T. (2002), pg. 59-61 uit Billboard, vol. 109, nr. 13

‘The rough guide to critics: musicians discuss the role of the music press’ door Brennan M. (2006), pg. 221-234 uit Popular Music, vol. 25, nr. 2

‘From polyglottism to branding’ door Forde E. (2001), pg. 23-43 uit Journalism, vol. 2, nr. 2001

Advertenties

Over muzikantenmedia
Student journalistiek met sterke interesse in zowel muziek als media. Bestudeert op deze blog kritisch de wederzijdse relaties tussen beide domeinen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: